Interview met Lenzman

Het zijn drukke tijden voor Teije van Vliet. De drum&bass DJ/producer uit Leiden, nu woonachtig in Den Haag, is als Lenzman de wereld aan het veroveren met een prima debuutalbum en de daarbij horende optredens. Zijn debuut Looking At The Starsis uitgekomen op Metalheadz, het label dat ongeveer 20 jaar geleden door de levende legende Goldie werd opgericht. Looking At The Stars bevat 15 tracks die allemaal doorspekt zijn met soul en funk. Naar aanleiding van zijn debuutalbum gingen ik in gesprek met Teije.

Hiphop

Teije houdt zich al lange tijd bezig met muziek, maar dat is niet altijd met drum&bass geweest. Zijn eerste grote liefde was hiphop. “Hoewel ik een echte hiphopfanaat was, ben ik een paar jaar later, rond 1996 in aanraking gekomen met drum&bass. Een tijd lang hield ik me met beide bezig, maar rond 2000 had hiphop een hoop verloren van wat het voor mij zo speciaal maakte. In die tijd ben ik mij meer gaan richten op drum&bass. Dat heeft uiteindelijk geleid tot waar ik nu ben. Ik ben overigens nog steeds een groot liefhebber van hiphop hoor. Ik heb de laatste jaren mijn liefde voor het genre weer helemaal teruggekregen.”, aldus Teije. In 2010 kwam zijn eerste single uit op Metalheadz. “Rond die tijd begon de dialoog over een album al. Toch wilde ik eerst laten zien dat ik het niveau had om als producer een goed album te maken. In eerste instantie waren de contacten nogal losjes, maar twee jaar geleden tekende ik dan eindelijk een contract om een album uit te brengen en Looking At The Stars is daar het resultaat van”.

Lenzman maakt liquid drum&bass. Op Wikipedia wordt liquid omschreven als een harmonieuze, rustige variant van drum&bass waarbij de ondersteunende baslijn meestal gelijkaardig blijft gedurende het hele nummer. Op Looking At The Stars weet Lenzman een persoonlijke draai te geven aan het genre. “Ik maak muziek voornamelijk vanuit mijn gevoel. Ook de keuze voor vocalisten en muzikanten waarmee ik werk op het album maakt dit een persoonlijk album. Ik heb bewust niet met andere producers samengewerkt. Via gesamplede vocalen heb ik geprobeerd mijn gedachtes over bepaalde onderwerpen over te brengen. Ik ging uit van mijn eigen sound en de grenzen daarvan. Gebruikte mijn invloeden zoals hiphop, jazz en soul maar ook uit films, en mijn politieke gedachtes. In de keuze van vocalisten liet ik mij voornamelijk leiden door artiesten die dingen konden toevoegen aan mijn muziek. Dan moet je denken aan rappers die een jaren ’90-gevoel konden geven aan de tracks of zangers die echt soul hebben in hun stem. Ook zijn er een aantal bevriende muzikanten die hebben meegewerkt aan het project. Maar ik heb wel bewust gekozen om alles zelf te produceren omdat ik wou laten zien aan mijzelf wat ik kon. Ik ben trots op het album, de diversiteit ervan en de fusie van mijn eigen invloeden. Het is drum&bass op een smaakvolle manier gebracht. Lenzman producties bevatten veel zware stuwende baslijnen, zitten vol melancholie en warme pads en zoete soulvolle vocalen.”

Persoonlijk

De interlude 1978 is één van de drie non-drum&bass nummers dat op Looking At The Stars staat. 1978 is niet toevallig ook het geboortejaar van Teije. Veel van zijn leeftijdsgenoten zijn nu bezig met huisje-boompje-beestje. Een levensstijl die prima valt te combineren met veel (buitenlandse) optredens volgens Teije: “Wat ik doe is misschien een andere levensstijl dan de norm, maar ik heb nooit waarde gehecht aan normen. Dat zijn toch door anderen opgelegde ideeën over wat wel en niet hoort. Zolang je doet wat werkt voor jou en wat jou gelukkig maakt, dus waarom zorgen maken over wat anderen vinden?”. Zijn familie en vrienden steunen Teije in alles wat hij doet, maar dat is niet altijd zo geweest. “Misschien dat, toen ik nog niet het succes had, er wat twijfels waren. En misschien ook niet geheel onterecht. Maar ja, als je iets wilt, moet je er voor vechten. Ik heb ook tijden gekend waar alles heel moeizaam ging, maar ik denk dat ze me wel respecteren dat ik deze keuze heb durven maken. Als ze vragen wat drum&bass precies is, dan omschrijf ik het al de jazz van de elektronische muziek.” Het is geen bewuste keuze geweest om nummers op Looking At The Stars te zetten die niet drum&bass zijn, zoals andere drum&bass artiesten zoals Photek en Calibre die in het verleden wel hebben gedaan. “Een album geeft je als producer de kans om te laten zien wat je kunt. Je hebt de vrijheid om dingen te doen die je op een single niet kwijt kan. En ik wou gewoon kijken wat ik naast drum&bass ook nog kon maken”, aldus Teije.

Ook de artiest Lenzman heeft te maken met het feit dat er bijna geen muziek meer gekocht wordt. Veel muziek wordt tegenwoordig gratis aangeboden online of wordt beluisterd via streamingdiensten als Spotify of Deezer. Teije heeft besloten van de nood een deugd te maken en promoot sinds kort zijn favoriete nummers (waaronder veel eigen werk) via de bekende site 22Tracks. Dit is een online jukebox waar muzikale experts per genre een selectie van 22 nieuwe nummers maken. Teije nam het initiatief om zich hierbij aan te sluiten: “Hoewel ik wel zelf het eerste contact heb gezocht, was het een soort wederzijdse interesse. Ik zie het als een platform om drum&bass te promoten. Het voordeel is dat je het overal kan beluisteren, zoals op werk. Voor mij geeft het populaire 22Tracks mij wat bekendheid in Nederland. Maar ik doe het vooral omdat ik het leuk vind om te doen. Elke dj wil toch gewoon muziek die hij/zij goed vindt delen met andere mensen?” Toch vindt Teije de verandering in de muziekindustrie jammer: “De muziekindustrie is echt een performance georiënteerde sector geworden, de artiest is het merk en de muziek die je maakt is een veredeld promotiemiddel daarvoor. Je hoopt altijd dat mensen je muziek genoeg respecteren om het te kopen, dat het dat waard is voor de mensen. Het is soms ook lastig om te overleven als underground artiest. Ik denk niet dat mensen een reëel beeld hebben van hoe het financieel in elkaar steekt en hebben er vaak een veel te rooskleurig beeld van. Je kunt ontwikkelingen zoals dit niet tegengaan, ik denk dat het ook geen zin heeft om je er te druk over te maken. Je kunt het proberen in je voordeel te gebruiken zoals ik dat doe met de samenwerking met 22Tracks.”

Conceptalbum

Met een album klaar en een waslijst aan optredens in heel Europa de aankomende tijd, wat zijn de plannen voor de toekomst voor Lenzman? “Ik heb een idee voor een conceptalbum, dat wordt mijn volgende project in ieder geval. Wellicht ooit een eigen label. Maar vooral blijven doorgroeien als artiest, dat is wel het allerbelangrijkst.”

<b>Dit artikel verscheen eerder op ZUBB.</b>

Video: Dry The River kleedkamerconcert

De Londense band Dry The River stond in 2012 op het Haagse festival Parkpop. 3voor12 Den Haag hield een prijsvraag waar een intiem kleedkamerconcert van de band de prijs van was. Ik draaide op dat moment hun debuutalbum Shallow Beds grijs, dus deze prijs was aan mij wel besteed. De heren stonden op nog geen meter van mij te spelen. Het was een ervaring die ik niet snel zal vergeten. Uiteraard is er van het optreden ook foto- en videomateriaal gemaakt en die vind je hieronder. Dry The River winnaars

Over hun laatste album, Alarm In The Heart, schreef ik een recensie.

Albumrecensie: Dry The River – Alarms In The Heart

Wat maakt de Britse indiefolk band Dry The River toch godvergeten mooie liedjes. Waarschijnlijk zal de band dit soort taalgebruik niet waarderen, aangezien veel teksten van het viertal Bijbelse symboliek bevatten. Ondanks de zware lading van de teksten neemt de band zichzelf volgens zanger Peter Liddle niet al te serieus. Wij nemen de band liever wel serieus, want het altijd moeilijke tweede album, in dit geval Alarms In The Heart, bevat namelijk tien uitstekende gitaarliedjes en stelt niet teleur.

Shallow Beds

In 2012 verscheen Shallow Beds, het debuutalbum van de Londense band. Shallow Beds is een verzameling van nummers die de band in de jaren na de oprichting in 2009 heeft geschreven. Voor opvolger Alarms In The Heart heeft de band zich het afgelopen jaar teruggetrokken en daardoor klinkt de plaat meer als een eenheid dan zijn voorganger. Tijdens het schrijven en opnemen van Alarms In The Heart verbleef de band een tijdlang in Ijsland. De rust en kalmte die ze daar vonden had de band nodig na een jaar lang intensief toeren. In die periode verliet violist William Harvey de band om een andere carrière na te gaan jagen. Ondanks het verlies van Harvey klinken de arrangementen op Alarms In The Heart nog steeds vol en divers.

Dry The River - Alarms The Heart

Het album staat bol van de theatrale arrangementen, grootse gebaren, middeleeuwse en Bijbelse symboliek en de kenmerkende, wat zeurende, stem van zanger Peter Liddle. Omdat de nummers op Alarms In The Heart meer klinken als een eenheid is het moeilijk een echte uitschieter of een minder nummer te ontdekken. Toch zijn er wel enkele uitzonderingen te vinden. Hidden Hand had een groots Coldplay stadionnummer kunnen zijn. Het meeslepende Roman Candle is een duet met de Schotse singer songwriter Emma Pollock. De stemmen van Pollock en Idle vullen elkaar goed aan en deze samenwerking smaakt naar meer. Het mooiste nummer op het album is zonder meer It Was Love That Laid Us Low. Het rustige gitaarspel aan het begin van deze track pakt je direct en is een opmaak naar meer moois. De nummers Gethsemane en Everlasting Light werden al eerder uitgebracht op singles. Niet geheel onterecht, want beide nummers zijn sterk en nog belangrijker: radiovriendelijk.

Volwassen

Liefhebbers van Dry The River hebben leren luisteren naar de af en toe zware gelaagdheid van de teksten en het karakteristieke stemgeluid van Idle. Als deze twee zaken je niet storen, dan blijven er op Alarms In The Heart tien mooie gitaarliedjes over. De band is gegroeid sinds het uitbrengen van Shallows Beds en daarom klinkt Alarms In The Heart een stuk volwassener dan zijn voorganger. Dry The River neemt met dit album moeiteloos de horde van het ‘moeilijke tweede album’ en maakt zich op voor weer een lange en intensieve toer. Gaat dat zien!

Dit artikel verscheen eerder op ZUBB

Interview met The Acid

Eén van de grootste muzikale verrassingen dit jaar moet de The Acid wel zijn. De band rond dj/producer Adam Freeland, singer songwriter Ry X en producer Steve Nalepa maakt indruk met hun debuutalbum Liminal en imposante liveshows. En dan te bedenken dat de band er bijna niet geweest zou zijn.

Ik spraak Freeland naar aanleiding van de release van Liminal, het baanbrekende debuutalbum van het trio. Freeland is een van de pioniers van het breakbeatgenre dat het begin van deze eeuw zijn hoogtijdagen kende. Hij maakte faam als producer en eigenaar van het label Marine Parade Records. Hij en Ry X ontmoetten elkaar tijdens een feestje van een wederzijdse vriend in Los Angeles. Het tweetal had elkaar al eerder ontmoet maar nu was er sprake van een muzikale klik. ”Deze samenwerking was niet gepland. Toen Ry en ik elkaar ontmoetten, besloten we spontaan om samen naar een studiosessie te gaan die ik al gepland had staan. Daar stelde ik Ry voor aan Steve. Het klikte direct en we besloten samen muziek te gaan maken. We werden alle drie weggeblazen door het resultaat. Maar zelfs toen nog hadden we niet de intentie om een band te vormen.” Toch leidde deze samenloop van omstandigheden tot het ontstaan tot The Acid. Binnen 24 uur na de eerste gezamenlijke kennismaking had het drietal het wonderschone nummer Animal al klaar. “Eigenlijk alle nummers die we gemaakt hebben, waren klaar binnen een dag. Er is iets magisch tussen ons waardoor het allemaal zo snel gaat.”

 Mysterie

Nog voordat The Acid zich bekend kon maken aan het grote publiek werd hun titelloze debuut E.P. al opgepikt door de internationale muziekpers. Hierdoor werd er, al dan niet onbedoeld, een hype gecreëerd. Wie zat er toch achter dat mysterieuze The Acid? “We waren ons er niet van bewust dat er een hype ontstond rondom The Acid. Het heeft ons uiteindelijk geen windeieren gelegd. Het heeft ons een geweldige deal met Infectious en Mute opgeleverd en ons de kans gegeven om The Acid live goed neer te zetten.” Live is The Acid een beleving, vooral door het visuele werk van Nalepa. Toch bleek het in eerste instantie een te ambitieus project: “We waren net begonnen en wilden het gelijk goed doen. We bouwden een slimme visual die reageerde op alles wat we deden op het podium. Simpel maar effectief. De feedback die we kregen vanuit het publiek was positief. Bij een show van The Acid is het publiek niet alleen aan het luisteren of aan het kijken, het wordt meegezogen in een meeslepende ervaring”. Het Nederlandse publiek kon 11 juni van dit jaar deze ervaring al ondergaan. De band stond namelijk in de Paradiso, nog ruim voordat het debuutalbum Liminal uit kwam. Freeland is heel erg te spreken over de Amsterdamse poptempel, maar alleen wat minder over het Nederlandse publiek: “Ik houd van de Paradiso. Ik vind het een geweldige locatie om op te treden, ik heb namelijk mooie herinneringen aan dj-en in de grote zaal. Ik moet alleen toegeven dat het Nederlandse publiek erg rumoerig is in vergelijking met andere steden in deze toer.”

 Led Zeppelin

The Acid maakt minimalistische elektronische muziek met hier en daar begeleiding van een akoestische gitaar. Termen als baanbrekend, vernieuwend en uiterst muzikaal hebben wij gebruikt in de albumrecensie van Liminal. Muzikaal kan je het trio scharen tussen The XX, het latere werk van Radiohead, James Blake en Bon Iver. “Mijn eigen werk is normaal te omschrijven als deep-broken-electro-soulful-dancefloor stuff. The Acid staat daar ver vanaf. Je zou de muziek die The Acid maakt kunnen omschrijven als een soort minimale soulful sjamaanse elektronica.” De keuze voor de bandnaam The Acid was daarom een voor de hand liggende: “Het geluid van The Acid is niet echt bestemd voor de dansvloer. Het woord acid heeft dan meer betekenissen dan alleen acid house. Er is ook een chemische en scheikundige uitleg van het woord acid die erg past bij onze muziek. Ik was dan ook erg verrast dat er nog nooit een band is geweest met dezelfde naam. Ik zou mij zo een poster uit de jaren ‘70 kunnen voorstellen met Led Zeppelin & The Acid erop.”

 Creatieve kosmos

Met een geweldig album op zak en een aantal vette shows in het verschiet, wat brengt de toekomst nog meer voor The Acid? “In ieder geval veel toeren”, zegt de enthousiaste Freeland. “We zijn er gebrand op om nog meer muziek samen te gaan maken en te genieten van deze superervaring!”. En dat voor een band die er bijna niet geweest zou zijn. Freeland had namelijk het idee, voordat hij het feestje in Los Angeles bezocht, om een sabbatical te gaan houden na 16 jaar non-stop werken. Maar het had niet zo mogen zijn, en dat is maar goed ook. “Wie weet wat er was gebeurd als we elkaar niet waren tegengekomen? In de creatieve kosmos is alles mogelijk!”

Dit artikel verscheen eerder op ZUBB.

Recensie: Metropolis 2014

Als er één festival is dat een neusje voor nieuw talent heeft, dan is het Rotterdamse Metropolis wel. Het festival noemt dat zelf: “The best music you never heard of”. De 26ste editie van dit gratis festival had, naast de gebruikelijke nieuwe namen, ook een aantal gearriveerde acts geboekt. De weergoden waren Metropolis dit jaar niet gunstig gestemd, maar het beloofde een fijne zondagmiddag te worden in het Rotterdamse Zuiderpark.

Foto’s: Audrey

Dit jaar waren voor het eerst de twee hoofdpodia (The Thinker en The Worker Stage) in tenten gehuisvest. En dat kwam met het regenachtige weer goed uit. Het festival is groots opgezet en het festivalterrein ziet er elk jaar beter en beter uit. Zoals de zangeres van de Australische The Jezabels zei: “I can’t believe this festival is for free!”.

Dat is ook eigenlijk best bijzonder te noemen. Twee van de bands stonden bijvoorbeeld dit weekend ook gewoon op Rock Werchter (ok, The Sore Losers mochten invallen voor de zieke Coely, maar toch!). Ook waren er enkele bands terug te vinden die recentelijk nog op festivals als London Calling en Best Kept Secret speelden. Met afsluiter Jagwar Ma had het festival één van de grootste ontdekkingen van 2013 in huis gehaald. Maar ook Nederland bulkt van het talent en dat is duidelijk te zien op het kleinste podium van het festival, The Talent Stage.

Talent Stage

De talenten op dit podium werden geselecteerd door Joey Ruchtie, de nieuwe programmeur van Metropolis. De band The Tambles (blues/rock & roll) wist de jury, bestaande uit drie muziekprofessionals, het meest te overtuigen en ontving de aanmoedigingsprijs de ‘Lekker Bezig-bokaal’. Op het podium was voor iedereen wel wat wils, van singer songwriter tot punkrock. Ondanks de stromende regen bleef het publiek tot het laatste optreden de bands steunen.

Een van de bands die optrad was Atlas and the Fox, bestaande uit twee jonge mannen die elkaar kennen van school en besloten hun krachten te bundelen. Het akoestische optreden is kort, maar maakt indruk. Het nummer Walking, het eerste nummer wat het duo samen geschreven had, sloot het optreden af.

Ook de heren van Personal Preference maken indruk. De band laat zich duidelijk beïnvloeden door bands als Go Back To The Zoo en The Strokes. De zanger doet qua stageperformance denken aan een jonge versie van Ruben Block van Triggerfinger, iets wat de band later in een kort gesprek ook beaamt.

Een van de leukste bands op de Talent Stage is The Hague Idiots (what’s in a name?). Awesome punkrockis de omschrijving die de band voor hun eigen muziek heeft en dat hadden wij niet beter gekund. De band vraagt zich gedurende het optreden of de mensen nog genoeg energie hebben om te springen, doet zelf voor hoe het moet en weet het publiek mee te krijgen. De band doet denken aan Greenday in hun begindagen.

Andere podia

Een van de beste shows van de dag werd al vroeg in de middag geven in de Thinkers tent. Het optreden vanThe Sore Losers was energiek en klonk geweldig. De singles (Working OvertimeGirl’s Gonna Break It enDon’t Know Nothing) van hun laatste album Roslyn van begin dit jaar kwamen in een sneltrein voorbij en klinken live stuk voor stuk fantastisch. Beyond Repair was de perfecte afsluiter van een prima optreden.

Na The Sore Losers stond het Britse Woman’s Hour de Workers Stage te betoveren. Het optreden op Metropolis was de start van het Europese tournee van de band. De band stond vorige maand nog op het Best Kep Secret Festival. Toch is het optreden op Metropolis officieel de start van hun Europese tournee naar aanleiding van het debuutalbum Conversations dat 21 juli verschijnt. De band is duidelijk geïnspireerd door het minimalistische geluid van The xx. Het stemgeluid van Fiona Burgess is mooi, maar klinkt in een festivaltent toch net iets te fragiel. Desondanks een fijne kennismaking met deze Londense band.

Op de 3FM Stage danste het publiek even later op de akoestische house van The Benelux. Deze Amsterdamse band had ook makkelijk op één van de hoofdpodia kunnen staan. Het publiek bleef maar toestromen voor de funky en dansbare grooves. Leadzanger Jaap Warmenhoven was duidelijk in zijn element en deed van alles om het publiek te pleasen. En laat het pleasen van het vrouwelijk geslacht nou ook het onderwerp zijn in vrijwel alle teksten van The Benelux. Een sexy feestje dat eindigde met Smells Like Woman, het beste nummer van het titelloze debuutalbum van de band.

Nog zo’n mooie frontvrouw heeft The Jezabels. De zangeres met de geweldige naam Hayley Mary is een echte blikvanger op het podium en het plaatje met de muziek die de band maakt klopt ook helemaal: theatraal, groots en meeslepend. Op de beste momenten klinken The Jezabels als Coldplay in hun begindagen. Absoluut hoogtepunt was het catchy Time To Dance, afkomstig van het in maart van dit jaar verschenen tweede plaat The Brink. Hou deze Australische band in de gaten!

Sexy

Sexy om te zien is ook de Zweedse Elliphant. Elegant is een ander verhaal. Elliphant klinkt als een mix tussen M.I.A. en Selah Sue, maar mist de subtiliteit die beide dames wel hebben. Het optreden kenmerkt zich door lompe beats en veel geschreeuw. Ellinor Olovsdotter, zoals Elliphant in het dagelijks leven heet, kreeg het publiek in de tent wel mee, zeker bij de hits Life Is Music en Down On Life. Of het publiek er nu was omdat ze Elliphant zo goed vonden of omdat het buiten de tent aardig aan het gieten was, we zullen het nooit weten.

Van een heel andere rangorde is het Australische Jagwar Ma, één van de headliners (naast Twenty One Pilots) die het festival mocht afsluiten. De band was een van de grote ontdekkingen van 2013 en hun debuutalbum Howlin stond in veel jaarlijstjes. De indiedance van het trio is gebaseerd is op de Madchester scene die ontstond eind jaren ‘80. Het resultaat is een dansbare mix van jaren ‘60 pop en hedendaagse elektronica. De setlist was vrijwel hetzelfde als afgelopen mei, toen de band nog Paradiso in vuur en vlam zette. Zanger Gabriel Winterfield had het beduidend meer naar zijn zin in Rotterdam dan toen in Amsterdam: de zanger sprak in het eerste kwartier meer tussen de nummers dan hij tijdens het gehele optreden in Amsterdam had gedaan. Jagwar Ma stelde als headliner en afsluiter niet teleur en speelde de tent plat met hits als UncertaintyCome Save Me en The Throw.

En zo kwam er een eind aan een mooie, doch regenachtige dag. Metropolis had een mooi en gebalanceerd programma samengesteld met voor iedereen wat wils. Er zijn genoeg toiletten, bars en eetgelegenheden om je nergens echt lang te laten wachten. En zoals bij elk goed festival zou jezelf graag in vieren willen delen om al het moois mee te kunnen maken, maar helaas is dat (nog) niet mogelijk. Metropolis, het was geweldig. Volgend jaar weer graag!

Dit artikel verscheen eerder op ZUBB.